Tekort aan vaklieden steeds nijpender

Door
GB&O
Datum:
Delen:
Share on linkedin
Share on email

Een tekort aan vaklieden in de bouw is al een jaar of twintig een probleem in Nederland. Het interessant maken van de bouwwereld voor jongeren is de laatste jaren niet echt verbeterd. Het is bovendien niet alleen die vakman die nauwelijks te vinden is, er is ook een tekort aan mensen op de voorbereiding, calculatie en uitvoering. Het wordt steeds lastiger om mensen geïnteresseerd te krijgen om het vak in te willen groeien.

Wat zijn de redenen waarom er zo weinig vaklieden te krijgen zijn? Waarom was die interesse er vroeger wel en nu niet meer? Een van de redenen is dat ouders hun kinderen motiveren om door te leren. Kinderen hebben hun vader zien buffelen in de bouw en willen dat niet. Het van vader op zoon leren van een vak is er daarom steeds minder bij. De motivatie is dus gericht op doorleren en dan ben je niet meer georiënteerd op de bouw.

Geen ploegen meer

Een tweede oorzaak is dat de oude praktijkscholen zijn afgeschaft. Tegenwoordig wordt er een klein beetje praktijk gegeven en veel theorie. Daar zit de jeugd niet op te wachten. Vroeger kwamen jongeren, die al dan niet een diploma van de Mavo of de Lts hadden, terecht in een ploeg van vaklieden. Daar werden zij jongste bediende. Zo werden zij in de praktijk geschoold en groeiden zij op als vakman. De theoretische kennis deden zij op aan de avondschool. Of ze werkten vier dagen per week en gingen een dag naar school. Ze leerden het vak ‘op de steiger’. Vaak waren er ploegen van drie man: een leerling, een ‘half-was’ en een allrounder. Die ‘half-was’ werd allround en die kreeg een eigen ploeg. Die leerling verving dan die ‘half-was’ en zo schoof dat op. In de jaren ’70, ’80 en ’90 van de vorige eeuw ging dat nog heel voorspoedig. Rond de eeuwwisseling ging dat helemaal mis. 

Zzp’ers

Door de vergrijzing is er nu een enorme uitstroom die veel groter is dan de instroom. Vervolgens kwam rond 2010 de economische (banken)crisis waardoor er veel mensen werden ontslagen. Zij gingen heel vaak wat anders doen. Na de crisis bleek dat twee derde van de ontslagen vaklieden ander werk is gaan doen en niet meer terugkeerde in hun oude vak.

Al deze factoren samen veroorzaken het tekort aan instroom van vaklieden. Andere branches trekken aan de jeugd met hogere salarissen en wellicht betere arbeidsvoorwaarden.

Nog een fenomeen ontstond aan het begin van deze eeuw toen er veel werknemers zzp’er in de bouw werden. Die zzp’ers nemen geen leerlingen aan en leiden daarmee geen vakman op. Én de collegialiteit is weg. Elke zzp’er werkt voor zichzelf. Samen een biertje drinken of op een zak friet trakteren op vrijdag is er niet meer bij. Bovendien zijn er ook veel werknemers uit het buitenland (Hongarije, Roemenië, Polen, Tsjechië en voormalig Oost-Duitsland) waardoor de communicatie op de bouwplaats moeizaam gaat. Soms lopen er op een grote nieuwbouw vijf of tien nationaliteiten en staat de veiligheid in drie talen op de bouwhekken. En het zijn allemaal onderaannemers. Ze hebben niets meer voor elkaar over. Het zijn geen teams meer zoals je die vroeger had: aannemers met timmerlieden en metselaars die van de ene naar de andere bouw gingen.

Wat er nodig is?

Wij willen goedgemotiveerde jongeren die bereid zijn om het vak te leren. Hoog opgeleid hoeven ze niet te zijn. Als ze gemotiveerd zijn heb je er in een paar jaar vaklieden van gemaakt. En wat is er nu mooier dan je bekwamen in een vak? Vaklieden blijven nodig. Niet voor de nieuwbouw. Die zal steeds meer prefab zijn. Daarvoor heb je montagebouwers nodig. Maar een grote voorraad van gebouwen in Nederland moet onderhouden worden of op een gegeven moment gerenoveerd. Dáár wordt nog iets van een metselaar en een timmerman verwacht …